Over het werk

Over het werk

De schilderijen van Rieks Pepping ogen bijna altijd monumentaal , ongeacht het formaat.

Dit effect wordt allereerst veroorzaakt door de manier van schilderen: - contrasterend zowel in vorm- als in kleurgebruik.Tevens staan de vormen op het schilderij vaak los van de achtergrond en beslaan ze een groot gedeelte van het doek.Ze lijken uit de beperking van de drager te willen breken en als het ware de ruimte voor het doek te willen veroveren.

De grote doeken hebben vaak een architectonisch karakter, het lijken `bedachte` (en denkbeeldige) ruimtes die er op het eerste gezicht tamelijk logisch uitzien. Bij nadere beschouwing valt het soms met die ogenschijnlijke logica wel mee/tegen.

Er is vaak sprake van een zekere gelaagdheid, in die zin dat het ene vlak het andere vlak overlapt. Toch is de suggestie van ruimtelijkheid binnen het schilderij vaak miniem.

Bij veel doeken speelt de begrenzing van het doek een rol, in die zin dat er vaak vlakken voorkomen aan de randen van het schilderij, die door die begrenzing worden afgesneden, waardoor de suggestie wordt gewekt dat ze zich buiten het schilderij voortzetten.

Dit is ook de reden dat de schilderijen niet zijn omlijst.

Eigenlijk komen er in het huidige werk drie fasen in het kunstenaarschap van Pepping tesamen:

het “conceptueel” realisme van de beginjaren ; de grote, strenge, geconstrueerde interieur-schilderijen in sobere kleuren uit begin jaren ` 80 en de uitbundige, kleurrijke, schilderijen van eind jaren ` 80 begin jaren ` 90, waarbij abstractie en figuratie afwisselend de boventoon voerden.

Men kan het huidige werk het beste typeren als:

een combinatie van het `geziene`( waarneming), het ` bedachte `( constructie) en het `gevondene` ( toeval)

Sedert 2001 is er een ontwikkeling gaande, waarbij de abstractie steeds meer naar de achtergrond wordt gedrongen ten faveure van de figuratie. Tevens duikt vaker het landschap op om een zekere ruimtelijkheid, soms zelfs een mate van “oneindigheid” en/of “leegheid” te suggereren. Ten aanzien van zich opdringende vragen over bijvoorbeeld de stijl van het werk, zou men kunnen zeggen, dat Pepping zich steeds meer de eclecticus toont, die hij, zonder zich daarvan bewust te zijn, altijd al was.

Verder dient te worden vermeld dat “elke gelijkenis met bestaande personen, vormen en/of situaties op toeval berust”.

Jukwerd, 2008



Terug naar het hoofdmenu